vrijdag 20 mei 2016

Is de Vlaamse handelsvestigingenreglementering er nog voor deze zomer?

Op 11 mei ll. werd het ontwerp van decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid ingediend bij het Vlaams Parlement.

Het ontwerp werd verwezen naar de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Innovatie en Wetenschapsbeleid.

Benieuwd of de goedkeuring er nog komt voor de zomerreces van het Vlaams Parlement.

Lees hier alvast de ontwerpteksten (memorie van toelichting, voorontwerp, advies Raad van Staten, ontwerpdecreet, etc.).  

Aarzel alvast niet ons te contacteren mocht u vragen hebben bij de toekomstige regelgeving! 

vrijdag 22 april 2016

Ontwerpdecreet Integraal Handelsvestigingsbeleid defintief goedgekeurd!

Het ontwerpdecreet Integraal Handelsvestigingsbeleid werd vandaag definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. 

Het ontwerpdecreet voorziet in een integratie in het Omgevingsvergunningsdecreet, dat begin volgend jaar in werking treedt. Het zou de bedoeling zijn dat het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid één jaar later, in 2018, in werking treed. De sociaal-economische vergunning zal alsdan vervangen worden door een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten. 

Het ontwerpdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement. 

woensdag 13 januari 2016

Zijn assortimentsbeperkingen voor detailhandel in ruimtelijke uitvoeringsplannen strijdig met de Dienstenrichtlijn?

Dat weten we niet, maar de Nederlandse Raad van State heeft daarover vandaag prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

Hierbij het persbericht van de Nederlandse Raad van State (met bijgaande link naar het tussenarrest):

Raad van State wil uitleg over Europese Dienstenrichtlijn

Woensdag 13 januari 2016
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag (13 januari 2016) prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. De Raad van State wil van het Hof uitleg over de Europese Dienstenrichtlijn.

Aanleiding

De gemeenteraad van Appingedam heeft het bestemmingsplan 'Stad Appingedam' vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het Woonplein aan de rand van Appingedam. Het Woonplein is een winkelgebied voor omvangrijke detailhandel, zoals meubelen, keukens en bouwmaterialen. Een vastgoedbedrijf is het er niet mee eens dat daar geen schoen- en kledingwinkel mag worden gevestigd. Het vindt dat de gemeenteraad in strijd handelt met de Europese Dienstenrichtlijn door daar alleen detailhandel in omvangrijke goederen toe te staan.

Dienstenrichtlijn van toepassing?

De Afdeling bestuursrechtspraak ziet zich voor de vraag gesteld of de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is. Daarom wil zij allereerst van het Hof weten of detailhandel, die bestaat uit de verkoop van goederen aan consumenten, een dienst is. Daarnaast wil de Afdeling bestuursrechtspraak weten of de Dienstenrichtlijn van toepassing is op ruimtelijke-ordeningsvoorschriften die ertoe strekken de leefbaarheid van het stadscentrum te behouden en leegstand tegen te gaan. Ten derde wil de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijkheid over de vraag of in deze zaak sprake is van een zogenoemde 'zuiver interne situatie' en of de Dienstenrichtlijn op zo’n situatie van toepassing is.

Toetsing aan de EU-regels

Als de Dienstenrichtlijn volgens het Hof van Justitie op deze zaak toegepast moet worden, ziet de Afdeling bestuursrechtspraak zich voor de volgende vragen gesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vraagt of de ruimtelijke-ordeningsvoorschriften in deze zaak moeten worden aangemerkt als eisen of als een vergunningstelsel zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Afhankelijk van het antwoord op die vraag wil de Afdeling bestuursrechtspraak weten of deze voorschriften dan in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn. Mocht de Dienstenrichtlijn niet van toepassing zijn, dan wil de Afdeling bestuursrechtspraak antwoord op de vraag of de algemene verdragsbepalingen voor het vrij verkeer gelden en aan de voorschriften van het bestemmingsplan in de weg staan.

Eerdere vragen

De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in juli 2014 al eerder vragen aan het Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn. Het Hof heeft die op 1 oktober 2015 beantwoord. Bij de Afdeling bestuursrechtspraak bestaan echter nog vragen over (onder meer) het toepassingsbereik van de Dienstenrichtlijn. Daarom heeft zij vandaag deze verdere vragen gesteld.

Schorsing behandeling

De behandeling van de zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak wordt geschorst in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Dit duurt naar verwachting ongeveer een tot anderhalf jaar. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling voortzetten en uiteindelijk een definitieve uitspraak doen in deze zaak.

Lees hier de volledige tekst van de verwijzingsuitspraak met zaaknummer 201309296/4.

Lees ter herinnering nog dit eerdere blogbericht: http://www.handelsvestigingen.info/2014/09/nederlandse-raad-van-state-retail.html


dinsdag 12 januari 2016

Slides 'Naar een Vlaamse handelsvestigingenreglementering'

Dirk Van Heuven sprak op 12 januari 2016 op het congres handelsvestingen en ruimtelijke ordening.

De slides van deze presentatie zijn hier beschikbaar.

Wordt dit het nieuwe decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid?

Hier vindt u alvast de tekst van de memorie van toelichting en het voorontwerp van decreet zoals het werd goedgekeurd door de Vlaamse regering op 18 december 2015.

Let op, het voorontwerp ligt op heden voor advies voor aan de Raad van State en wordt nadien nog uitgedebatteerd in het Vlaams parlement.

dinsdag 22 december 2015

Vlaams Decreet Integraal Handelsvestigingenbeleid eindelijk op komst? (bis)

Deze keer is het schijnbaar menens, ten bewijze hiernavolgende persbericht van de Vlaamse Regering:

'Op voorstel van minister Philippe Muyters en minister Joke Schauvliege 
Een van de prioriteiten van de Vlaamse Regering in de vorige legislatuur was het detailhandelsbeleid. Bedoeling is in te zetten op kernversterking, samen met een aanbodbeleid dat voldoet aan de vraag uit de sector. Ook in de legislatuur 2014-2019 wordt er voor gekozen om de ingeslagen weg te volgen en het Integraal Handelsvestigingsbeleid verder uit te werken. Na advies van de SARO en van de SERV hecht de Vlaamse Regering opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet over het Integraal Handelsvestigingsbeleid. Aangezien de stedenbouwkundige vergunning nu de ‘omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen’ is, werd het voorontwerp van decreet over het Integraal Handelsvestigingsbeleid herwerkt om een optimale afstemming te bekomen met het decreet over de omgevingsvergunning. Over dit voorontwerp van decreet wordt het advies ingewonnen van de Raad van State'.

donderdag 17 december 2015

Over het madaat inzake handelvestigingen

De Raad van State heeft zich in het arrest nr. 232.711 van 27 oktober 2015 voor het eerst uitgesproken over het mandaat inzake handelvestigingen.

De wet betreffende de vergunning van handelsvestigingen van 13 augustus 2004 bepaalt niet wie de aanvraag om een sociaal-economische vergunning (of een ontvangstbewijs bij de vereenvoudigde procedure) moet indienen. De Handelsvestigingenwet bepaalt wél wie beroep kan aantekenen tegen de al dan niet stilzwijgende beslissing van het college van burgemeester en schepenen, met name de aanvrager, het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie en minstens 7 van de 18 (stemgerechtigde) leden van het NSCED, maar zwijgt over de mandaatskwestie.

In deze zaak werd in de beroepsbeslissing van het Interministerieel Comité voor de Distributie gesteld dat het administratief beroep door de vergunningsaanvrager werd ingesteld, terwijl het in werkelijkheid door de zaakvoerder van het begeleidende studiebureau werd ingediend, schijnbaar zonder dat deze persoon daartoe een geldig mandaat had.

De Raad van State zegt niet letterlijk dat een mandaat nodig is, maar beperkt zich tot de vaststelling van een motiveringsgebrek in hoofde van het Interministerieel Comité voor de Distributie omdat hetde exceptie van de gemeente (wiens beslissing werd beroepen) niet heeft ontmoet.

Inmiddels werd door het secretariaat van het (Vlaamse) Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie volgend rondschrijven gericht:

Naar aanleiding van een recent arrest van de Raad van State, waarin de gemeente als één van de rechtsmiddelen opwierp dat het beroep bij het ICD door het ICD had moeten onontvankelijk verklaard zijn omdat de gemandateerde, ten gevolge van een gebrekkige volmacht, niet gemachtigd was om een beroepschrift in te dienen, en waarin de Raad van State het ICD verplicht om de volmacht te controleren, wil ik u allen beleefd verzoeken voortaan steeds bij het dossier een kopie te voegen van de volmacht waarmee uw cliënt u opdracht heeft gegeven om een aanvraag van een socio-economische aanvraag in te dienen (en eventueel beroep in te dienen bij het ICD tegen een weigering of een vergunning met bepaalde voorwaarden).
Sommigen onder u doen dat reeds, anderen niet.
Voor zoveel als nodig wijs ik u ook op het feit dat u degelijk dient te controleren of de volmachtgever wel bevoegd is om dergelijke volmacht te verlenen.  Het geven van dergelijke volmacht valt niet in elk geval onder het begrip dagelijks bestuur.
Om gelijkaardige procedures in de toekomst te vermijden, ga ik hierop in het kader van de procedures waarover het NSECD  advies moet verlenen, ook strenger toezien en desnoods het dossier onvolledig verklaren indien de volmacht ontbreekt of ongeldig is.
Omdat u allen regelmatig dossiers indient, hield ik eraan u hiervan op de hoogte te brengen.’

Het is wenselijk dat ook lokale besturen hiermee rekening houden.  Wellicht is zowel voor de aanvraag als het beroep een mandaat vereist (tenzij de aanvrager zelf ondertekent of een advocaat).