05/02/2010

Handelsvestigingen en bevoegdheidsverdeling

In een arrest van 13 november 2009 verwerpt de Raad van State twee middelen die de deelname van de gewesten aan het beslissingsproces over een sociaal-economische vergunning bekritiseren.

De Raad van State wijst er op dat de vertegenwoordiging van de gewesten in het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie faculatief is en bovendien zo bescheiden dat "het quorum of de meerderheid binnen het NSECD niet in beduidende mate beïnvloed kan worden door de aanwezigheid en het stemgedrag van het betrokken lid".

Verder is, aldus de Raad van State, de federale bevoegdheid inzake handelsvestigingen niet ondergeschikt aan de gewestelijke bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening en een uitzondering op de ruime gewestelijke bevoegdheid inzake economie. De Raad vervolgt: "dat een (...)beslissing inzake een handelsvestiging een invloed heeft op het gewestbeleid inzake ruimtelijke ordening en economie is mogelijk, maar is tevens een onvermijdelijk gevolg van de exclusieve wijze van bevoegdheidsverdeling".

Of deze overweging ook stand houdt na de gewijzigde Handelsvestigingenwet, waardoor de hoofdfocus van het economische naar het ruimtelijke kantelt, is een open vraag.

Referentie: RvS, nr. 197.782, 13 november 2009In een arrest van 13 november 2009 verwerpt de Raad van State twee middelen die de deelname van de gewesten aan het beslissingsproces over een sociaal-economische vergunning bekritiseren.

De Raad van State wijst er op dat de vertegenwoordiging van de gewesten in het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie faculatief is en bovendien zo bescheiden dat "het quorum of de meerderheid binnen het NSECD niet in beduidende mate beïnvloed kan worden door de aanwezigheid en het stemgedrag van het betrokken lid".

Verder is, aldus de Raad van State, de federale bevoegdheid inzake handelsvestigingen niet ondergeschikt aan de gewestelijke bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening en een uitzondering op de ruime gewestelijke bevoegdheid inzake economie. De Raad vervolgt: "dat een (...)beslissing inzake een handelsvestiging een invloed heeft op het gewestbeleid inzake ruimtelijke ordening en economie is mogelijk, maar is tevens een onvermijdelijk gevolg van de exclusieve wijze van bevoegdheidsverdeling".
Of deze overweging ook stand houdt na de gewijzigde Handelsvestigingenwet, waardoor de hoofdfocus van het economische naar het ruimtelijke kantelt, is een open vraag.

Referentie: RvS, nr. 197.782, 13 november 2009